Jong geleerd, Jonge Honds gedaan: interview met Gert en Martijn
Jonge Honden bestaat 25 jaar en dat vieren we door terug te blikken en vooruit te kijken. Hoe is dit avontuur ooit begonnen en hoe ziet het Jonge Honden van nu eruit?
In deze reeks spreken we verschillende ondernemers die hun verhaal vertellen. Liselotte en Koen trapten af als meest recent gestarte ondernemers duo. Tijd om terug te gaan naar het begin! Lees hier het verhaal van Martijn en Gert, het eerste duo wat Jonge Honden kent.
Hoe kennen jullie elkaar en zijn jullie gestart bij Jonge Honden?
Gert: “Wij kennen elkaar al sinds 1995. Allebei hebben we sociale geografie gestudeerd en leerden elkaar kennen tijdens de introductie. Daar ontmoetten we ook Gerco en Jasper, de oprichters van Jonge Honden.”
Martijn: “Ik ben in 2001 bij Jonge Honden terechtgekomen. Via via hoorde ik over het bedrijf van Gerco en Jasper. In eerste instantie nam ik het totaal niet serieus, maar ik stuurde toch maar een brief. Vooral omdat ik wel wist wat ik níet wilde doen, maar niet zo goed wat ik wél wilde. Dus daar stond ik dan, in pak, op sollicitatie bij Jasper op een balkon in Overvecht. Hij zat daar relaxt met een zak chips. Dat was het sollicitatiegesprek.”
Gert: “Ik kwam er eind 2001 bij. Tijdens mijn kennismaking vlogen de chips ook om mijn oren en zeven biertjes later had ik toegezegd. Zo ging dat.”
Martijn: “Ik weet nog dat ze me belden na het gesprek met het goede en slechte nieuws. Het slechte nieuws was dat ik was aangenomen, maar later mocht beginnen. Het goede nieuws? Ik kon alvast mee op een Jonge Honden-uitje. We zaten op een bootje, dat vastliep op het IJ. Jasper sprong het water in om ons weer los te trekken. Een soort metafoor voor hoe het bij Jonge Honden eraan toeging.”
Gert: “Wij begonnen allebei vrij snel te klagen over hoe dingen geregeld waren in het bedrijf. Waarop Jasper en Gerco zeiden: ‘Ga het dan lekker zelf doen.’ Zo geschiedde: op 1 januari 2003 richtten we samen de 2cv op. Wij hadden namelijk wel de ambitie om het bedrijf groter te maken, terwijl Gerco en Jasper dat niet per se nastreefden. Zij zagen wel potentie in het concept, maar vonden ook dat het steeds om vernieuwing vroeg. Daarom zochten ze opvolgers en die zagen ze in ons.”
Martijn: “2003 en 2004 waren pittige jaren vanwege de slechte economie. We vroegen ons serieus af of we moesten doorgaan met het bedrijf. Pas eind 2004 namen we de eerste mensen aan bij de 2cv, dat duurde dus een jaar of anderhalf. Niet lang daarna stapten Gerco en Jasper eruit en was de 2cv het enige bedrijf binnen Jonge Honden. Onze ambitie was altijd: de 2cv groot maken en van daaruit meerdere bedrijfjes opzetten.”
Jonge Honden kent een unieke bedrijfsstructuur, met verschillende bedrijfjes (cv's) onder het moederbedrijf. Hoe is dit zo ontstaan?
Gert: “Wij zagen de groeipotentie van Jonge Honden en wilden het bedrijf echt groot maken. Het waren de jaren van complete chaos. We begonnen met acht mensen en binnen een jaar wilden we dat verdubbeld hebben. Vanuit daar zijn we mensen gaan pushen om het vooral zelf te regelen. Zo ontstonden de roedels, de zelfsturende teams. Er was flinke onderlinge concurrentie. Als er nieuwe mensen werden aangenomen, was het altijd een strijd om wie diegene in het team kreeg. De afkortingen van de teams kende eigenlijk alleen de mensen zelf. Ieder team regelde alles zelf, van facturen tot intervisie, en iedereen bouwde aan een eigen identiteit.”
Martijn: “Later zijn die roedels langzaam uitgegroeid tot de cv’s. Dat was eigenlijk al de voorbode. De cv’s gingen ook met elkaar concurreren en dat gaf ons de ruimte om langzaam uit te stappen. Het bedrijf draaide gewoon goed door. Zo hebben we de basis gelegd voor hoe het bedrijf nu nog steeds werkt. Aan de buitenkant lijkt het één bedrijf, maar van binnen was het een grote chaos en vooral ook een feest.”
Gert: “We hebben anderen altijd gepusht om ook ondernemer te worden. Zo hebben we bijvoorbeeld Erik en Edo gestimuleerd om hun eigen cv op te zetten. Dat werd de 4cv, en daarmee hebben zij samen weer een stevige basis gelegd voor wat Jonge Honden nu is. Van binnen allemaal losse bedrijven, maar naar buiten toe één geheel.
De 3cv en 4cv waren de eerste. Daarna waren er nog een paar mensen over in de 2cv. Een volgend ondernemersduo nam het stokje van ons over, maar mensen zagen hen niet echt als de baas. Zo ontstonden uiteindelijk ook de eerste zzp’ers en volgden de 5, 6 en 7cv.”
Hoe zorgden jullie ervoor dat jullie naar buiten één bedrijf waren?
Gert: “We maakten daar hele duidelijke afspraken over. Vroeger hadden we zelfs een opgeknipte website, met een groen en een rood deel. Groen stond voor de oude garde, de oprichters van het bedrijf. Rood was van de mensen van de nieuwe economie en beleid. Dat werkte natuurlijk voor geen meter en hebben we dus ook snel weer aangepast.”
Martijn: “Naar buiten toe waren we één bedrijf, maar intern hadden we allemaal onze eigen clubjes. In de beginjaren hebben we daar veel tijd in gestoken. Vragen als wie ben je als organisatie, wat kenmerkt je, waar voeg je waarde toe. Dat was echt iets waar we bewust mee bezig waren.”
Wat hebben jullie geleerd van het ondernemerschap binnen Jonge Honden wat jullie nog steeds met jullie meedragen?
Gert: “Er is veel dat ik meeneem, vaak meer dan je doorhebt.”
Martijn: “Jonge Honden heeft me geleerd dat standaard vergaderingen en rapportages niks voor mij zijn. Ik moet vrij en onafhankelijk kunnen werken, los van een organisatie.”
Gert: “Bureaucratie is niks voor mij, ik werk liever zelfstandig. Wij dachten: als wij kunnen ondernemen, kan iedereen het. Daarom startten we Droomzaken, om mensen te helpen hun dromen om te zetten in echte projecten, ook al waren die ideeën soms duur en niet haalbaar.”
Martijn: “Veel businessideeën zijn variaties op hetzelfde, maar Jonge Honden was echt iets nieuws. Het begon met Jasper zijn gekke idee en groeide door steeds nieuwe mensen vanuit de studie erbij.”
Wat is jullie favoriet Jonge Honden herinnering?
Gert: “Voor mij was het heel bijzonder toen we onze eerste eigen werknemer aannamen. Ook het moment dat de eerste cv’s werden opgericht was heel speciaal. We gingen zelfs met het team naar Boedapest om te vieren dat we voor het eerst een miljoen omzet hadden behaald, maar zijn die herinneringen me niet helemaal scherp bijgebleven..”
“Daarnaast het moment dat je merkt dat het bedrijfsmodel zo goed werkt dat anderen het willen overnemen. Dat mensen zo veel vertrouwen hebben in wat we doen dat ze er eigen risico voor durven te nemen, is voor mij het ultieme bewijs dat we iets goeds neerzetten. En dat het bedrijf nu al 25 jaar draait als een tierelier, dat vind ik echt fantastisch.”
Vinden jullie dat Jonge Honden veranderd is ten opzichte van het begin?
Gert: “Het is zowel veranderd als hetzelfde gebleven. We zijn vooral druk met onszelf, en soms mag Jonge Honden wat meer naar buiten kijken. Er zijn ook concurrenten in de markt waar je rekening mee moet houden. Maar goed, het mooiste compliment is dat de kern van Jonge Honden nog precies hetzelfde is. We weten niks, maar we kunnen alles. Het voortdurende vernieuwen en het niet alles vastleggen is waarom Jonge Honden nog steeds Jonge Honden is. De vrijheid om te doen wat je wilt, dat is ongelofelijk krachtig.”
Martijn: “Toen ik vandaag na twee jaar weer op kantoor kwam, kende ik bijna niemand meer, maar het voelde nog steeds als thuiskomen. Dat zegt alles: welke onbekende plek, met onbekende personen geeft nou dat gevoel?”
Gert: “Jonge Honden is een heel belangrijk onderdeel geweest van onze identiteitsvorming, net na je studie. Iedereen die hier gewerkt heeft, spreekt nog steeds over “wij”. Wij zijn al zeventien jaar weg, en zeggen nog steeds “wij”.”
Het thema van ons jubileumjaar is dromen, durven, doen. Wat betekent dit voor jullie binnen de context van Jonge Honden?
Gert: “Jonge Honden is echt een omgeving waar je die woorden kunt waarmaken. Veel bedrijven zeggen dat, maar doen het niet echt. Als je gekke dromen hebt, is er altijd ruimte binnen Jonge Honden om ze waar te maken. Je idealen en je eigen ontwikkeltraject kun je voor een groot deel zelf vormgeven, en Jonge Honden ondersteunt je daarin. Vaak besef je dat pas als je ergens anders werkt. Hier voelt het zo normaal, maar zodra je bij een andere organisatie komt, merk je pas hoe bijzonder het is.”
Wat willen jullie de lezer of (startende) werker nog meegeven?
Gert: “Neem jezelf niet al te serieus, maar doe wel je best om iets goeds neer te zetten. Blijf ontdekken en blijf bij jezelf.”