Jong geleerd, Jonge Honds gedaan: interview met Edo

Jonge Honden bestaat 25 jaar en dat vieren we door terug te blikken en vooruit te kijken. Hoe is dit avontuur ooit begonnen en hoe ziet het Jonge Honden van nu eruit?
In deze reeks spreken we verschillende ondernemers die hun verhaal vertellen. Je leest hier het verhaal van Edo, die samen met Erik† de 4cv oprichtte. Van het organiseren van de beste team uitjes (liften naar Berlijn) tot succesvol ondernemer, hoe heeft Edo zijn Jonge Honden tijd beleefd?

Edo wat is jouw achtergrond en hoe ben jij destijds bij Jonge Honden terecht gekomen?

“Ik heb economische geografie gestudeerd, en ben in 2006 bij Jonge Honden begonnen. Ik werd toen benaderd door Tonnie (Martijn, oprichter van de 2cv) die ik kende van mijn studie. Met hem heb ik toen koffiegedronken, en daarna ben ik voorgesteld bij de gemeente Den Haag voor een opdracht.”

“In totaal heb ik iets meer dan vijf jaar bij Jonge Honden gewerkt. De 4cv hebben Erik en ik ongeveer vier jaar gehad. Op een gegeven moment voelde ik dat het tijd was om iets anders te gaan doen. We hebben het bedrijf toen overgedragen aan Lara en Chris.”

Hoe is de oprichting van de 4cv tot stand gekomen?

“Toen ik begon bij Jonge Honden, was het net een periode van overdracht. De oprichters Jasper en Gerco hadden het stokje overgedragen aan Gert en Martijn. Er was toen eigenlijk alleen nog de 2cv, het team waar ik ook zelf begon. Martijn kende ik al vrij goed, en ik begon me al snel met de organisatie te bemoeien – de drempel om mee te denken was laag. We waren toen nog maar met zo’n tien tot twaalf mensen, maar het bedrijf groeide hard.”

“Langzaam ontstonden er meerdere teams, die we ‘roedels’ noemden. Die gingen onderling ook een beetje concurreren en dat gaf energie. In die tijd leerde ik Erik Groeneboom kennen, iemand met een grote mond maar ook veel ideeën over hoe het beter kon. Gert en Martijn zeiden op een gegeven moment: ‘Als jullie zoveel ideeën hebben, waarom starten jullie dan niet gewoon een eigen onderneming?'”

“Dat gebeurde ook. De snelle groei van de 2cv leidde tot een splitsing, waarbij meerdere roedels ontstonden. Elk team kreeg zijn eigen acquisitieplan, een ontwikkeltraject, en bijvoorbeeld een eigen intervisieclub. We zetten ons een beetje af tegen de andere roedels, wat zorgde voor een soort gezonde competitie. Na een half jaar bij de 2cv, zijn Erik en ik samen de 4cv gestart. Net daarvoor had Victor de 3cv opgezet, eerst alleen, en later samen met Marieke.”

“Het opzetten van ons team ging eigenlijk vrij soepel – binnen twee maanden hadden we het op poten. We namen onze eerste medewerker aan, wat best spannend was, maar het waren goede tijden. Jonge Honden zat in de lift, en we hadden vrij snel een hecht clubje bij elkaar. Erik was echt een gangmaker. Hij bracht energie en lef mee – precies wat opdrachtgevers toen zochten. Hij is later overleden, maar zijn invloed op die beginfase was groot. We durfden veel!”

Hadden jullie een overkoepelende visie die jullie nastreefde voor de 4cv?

Zeker, we hadden een duidelijke groeimentaliteit. We maakten ons Jonge Honden ondernemersplan, met de focus op projectmanagement. Net als andere cv’s hadden we een duidelijke focus, maar we kwamen er al snel achter dat we liever onze energie staken in het laten groeien van Jonge Honden, zonder te specialiseren in één richting. Doordat het een club is met jonge mensen die nog willen ontdekken, wil je je focus breed houden. Dat principe geldt eigenlijk nog steeds.

 

Het concept van Jonge Honden is win-win-win: net afgestudeerden krijgen de kans om te zien hoe de werkende wereld in elkaar zit, opdrachtgevers worden ontzorgd van de klussen waar ze zelf niet aan toe (willen) komen, én ze krijgen er frisse, energieke mensen bij die iets nieuws meebrengen.”

Ondernemerschap staat centraal binnen het bedrijf: wat is hierin je grootste les geweest? En wat draag je nog steeds mee wat je uit dat ondernemerschap hebt gehaald?

“Wat ik heb geleerd: analyseren is goed, maar je moet vooral ook gewoon doen. Niet blijven hangen in plannen of alles tot in de puntjes willen uitdenken. Gewoon proberen! Natuurlijk is dat spannend, maar als je niks doet, gebeurt er ook niks. Dan kom je niet vooruit. Gaat het mis? Fouten maken mag, dan doe je het de volgende keer anders.

Deze houding leerden we al bij onze eerste klus, samen met Jasper. Toen bedachten we een soort verzekeringsconstructie tegen plakvandalisme. We zijn het gewoon gaan doen, terwijl we het idee nog aan het uitwerken waren.”

“Wat voor mij belangrijk is: blijven spelen, blijven experimenteren. Je werk leuk blijven vinden. Zelf ben ik nooit een overtuigd zelfstandig ondernemer geworden. Ik heb ook nog nooit een plek gevonden waar ik echt voor langere tijd wilde blijven. Maar dat ondernemende, dat nieuwsgierige – dat neem ik overal mee naartoe.”

Wat is je favoriete Jonge Honden herinnering?

“Er zijn er veel, maar eentje die meteen in me opkomt is een liftwedstrijd naar Berlijn met de 4cv. We organiseerden dat als teamuitje. Iedereen verzamelde zich om zes uur ’s ochtends op kantoor, kreeg een envelop met aanwijzingen, en moest toen al liftend richting Berlijn zien te komen.

“’s Avonds kwam iedereen aan in Berlijn en dat hele weekend zijn we compleet uit ons dak gegaan. Overdag op de fiets de stad verkennen, daarna tot diep in de nacht feesten. Officieel was het bedoeld om ‘na te denken over de toekomst van het bedrijf’, maar daar hebben we uiteindelijk zondagochtend anderhalf uur brak aan besteed.

“Het was echt het verlengstuk van je studententijd, maar dan binnen de kaders van werk. Work hard, play hard. Voor mij ging het er vooral om dat je ook samen lol maakt. Dat je een cultuur bouwt waarin het niet alleen om opdrachten en prestaties draait, maar ook om plezier maken met elkaar.”

Wat heeft Jonge Honden jou geleerd?

“Voor mij draait het uiteindelijk allemaal om menselijk contact. Ik heb geleerd dat werken met mensen met wie je geen klik hebt, enorm veel energie kost. Je kunt dan beter eerlijk zijn naar jezelf: komt die klik er niet? Dan moet je weggaan. Niet blijven hangen in opdrachten of samenwerkingen die in het intermenselijke gewoon niet kloppen.”

“Dat inzicht neem ik nog steeds mee. In acquisitiegesprekken kijk ik niet alleen naar de inhoud, maar vooral naar de relatie. Ik coach veel directeuren, maar als de klik er niet is, weet ik inmiddels: dit gaat niet werken. Daar ben ik best streng in geworden. Tijdens de eerste één of twee gesprekken weet ik meestal al: ga ik dit doen of niet?”

Het thema van ons jubileumjaar is dromen, durven, doen. Wat betekent dit voor jou binnen de context van Jonge Honden?

“Voor mij was Jonge Honden echt een omgeving waarin je de ruimte kreeg om je dromen waar te maken. De mensen om me heen – zoals Erik, Martijn en Gert – speelden daar een grote rol in. Het was een club die hard groeide, en dat voelde als een springplank. Er was energie, vertrouwen en vooral veel ruimte om te experimenteren.”

“Ik heb nooit bewust nagedacht over het ondernemerschap – het was vooral gewoon doen. Niet eindeloos plannen, maar in beweging komen. Die houding zit nog steeds in mijn werk. Dromen en durven zijn belangrijk, maar het doen maakt uiteindelijk het verschil.”