De wet DBA gooit geen roet in het eten. Ze stelt een betere vraag.

“Kunnen we jullie eigenlijk nog wel inhuren?” Het is een vraag die wij de afgelopen maanden vaak hebben gekregen. En eerlijk gezegd begrijpen we die vraag heel goed. Als je de berichtgeving volgt, krijg je al snel het gevoel dat externe inzet ingewikkelder is geworden. Dat je als opdrachtgever bijna niets meer kunt zonder risico te lopen. Dus wordt er kritisch gekeken naar iedere opdracht, iedere samenwerking en iedere externe partij. Dat is logisch. 

Toch zouden veel gesprekken over de wet DBA volgens ons over iets anders moeten gaan. Niet over “Mogen we nog externen inhuren?”, maar over “Wat hebben we eigenlijk nodig? 

Wat de Wet DBA je eigenlijk vraagt  

De wet DBA is bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Simpel gezegd: de Belastingdienst wil voorkomen dat iemand als zelfstandige wordt ingehuurd, terwijl diegene in de praktijk als medewerker werkt. En dan zonder de beschermende rechten als medewerker.Dat is de juridische kant van het verhaal. De praktische kant vinden wij veel interessanter. De wet DBA dwingt organisaties om eerst stil te staan bij de aard van hun vraag: Heb je iemand nodig die structureel onderdeel wordt van je organisatie? Of heb je een opdracht die vraagt om een tijdelijke, zelfstandige, nieuwsgierige blik van buiten? Dat lijkt een klein verschil, maar in de praktijk maakt het een wereld van verschil. 

Eerst intern kijken is helemaal niet verkeerd 

Wat we sinds de handhaving van de wet DBA vaak  zien gebeuren, is dat organisaties eerst naar binnen kijken. Kunnen we dit zelf oppakken? Heeft iemand hier tijd voor? Hebben we de kennis al in huis? Dat zijn natuurlijk goede vragen.  

Toch zien we ook iets anders. Sommige opgaven blijven daardoor maanden op tafel liggen. Niet omdat niemand ze belangrijk vindt. Maar omdat ze zich niet lenen voor “erbij doen”. Ze raken meerdere teams. Er spelen verschillende belangen. Er zijn veel gesprekken geweest, maar nog weinig besluiten genomen. Iedereen voelt dat er iets schuurt en niemand kan precies aanwijzen waar. Dat zijn vaak geen capaciteitsproblemen. Dat zijn vraagstukken. En precies dat onderscheid bepaalt welke hulp je nodig hebt.  

Niet elk probleem los je op met een extra collega 

Veel organisaties beginnen met de vraag: “Wie hebben we nodig?” Wij draaien die vraag liever om. “Wat proberen we eigenlijk op te lossen?” Want het antwoord bepaalt welke vorm van inzet past. Een nieuwe collega is soms precies wat nodig is. Soms vraagt het om specialistische kennis die je zelf niet in huis hebt.  

En soms heb je iemand nodig die helpt om orde te scheppen in de complexiteit. Iemand die de tijd neemt om uit te zoeken  waar het nu écht om gaat. Want opvallend vaak blijkt de eerste hulpvraag niet de echte vraag te zijn. Achter de vraag “kunnen jullie dit begeleiden?” blijkt vaak een stroeve samenwerking te zitten, of emoties rond een verandering. Achter een communicatievraag schuilt soms een participatievraag. En achter een project dat maar niet van de grond komt, zit regelmatig een organisatie die vooral behoefte heeft aan overzicht en richting. Dat is precies het moment waarop wij om de hoek komen kijken. 

“Opvallend vaak blijkt de eerste hulpvraag niet de echte vraag te zijn” – Jonge hond Marike

De jonge hondse blik  

Wij worden niet gevraagd omdat een jonge hond al jarenlange expertise heeft op een inhoudelijk thema’s. Dat hoeft ook niet. Wij worden gevraagd omdat we zonder geschiedenis naar een organisatie kijken. Omdat we kritische vragen durven stellen die misschien al een tijd niet meer zijn gesteld. Omdat we verschillende perspectieven naast elkaar leggen voordat we naar oplossingen springen. En omdat we samen met een opdrachtgever eerst de vraag achter de vraag uitpluizen. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend. Maar juist daar begint het verschil tussen een opdracht die blijft doorlopen en een opdracht die ergens concreet naartoe werkt. Want ook wanneer een traject maanden duurt of verschillende fases kent, werken we altijd toe naar iets concreets. Een (communicatie)-advies. Een participatieaanpak. Een gedragen besluit of verandering. Een onderzoeksrapport. Een ontworpen en uitgetekende procesoptimalisatie. Een praatplaat. Of simpelweg een organisatie die zelfstandig weer verder kan én wil. We vullen geen stoel. We werken aan een vraagstuk in opdracht. 

Jonge hond Emma zegt: “Wij beginnen niet met de oplossing, wij beginnen met de vraag achter de vraag”

Laat de wet DBA jou hierbij helpen 

Misschien is dat wel de grootste les die wij uit de wet DBA halen. Niet dat organisaties minder externen moeten inzetten, maar dat ze beter nadenken over wanneer externe ondersteuning écht waarde toevoegt. Soms heb je vooral behoefte aan iemand die helpt om de situatie scherp te krijgen, die overzicht schept. Een jonge hond die beweging creëert. Beweging die de organisatie aanzet tot de verandering die nodig is.  De jonge hond verdwijnt daarna op natuurlijk wijze uit beeld, omdat de organisatie zelf verder kan. Eigenlijk is dat precies hoe wij altijd al hebben gewerkt. 

 Dus gooit de wet DBA roet in het eten? Volgens ons niet. Sterker nog: de wet maakt juist duidelijker waar een bureau als Jonge Honden voor bedoeld is. Dus twijfel je of jouw vraag intern opgelost moet worden of dat je ondersteuning en advies van buiten nodig hebt? Laten we dan niet beginnen bij de regels. Laten we beginnen bij jouw vraag! Dan pluizen we samen uit wat er nodig is om weer verder te komen. Een externe blik is en blijft enorm waardevol voor een organisatie, en gelukkig verandert de wet DBA daar niets aan.