De Academie: Leren van elkaar

Veel trainingen binnen de Academie worden ontwikkeld door onze jonge honden. Logisch: wie midden in de praktijk staat, weet vaak het best waar jonge professionals tegenaan lopen. De onderwerpen lopen uiteen: van adviesvaardigheden en leren samenwerken tot zichtbaarheid, zelfinzicht en gezond werken. Daaronder ligt telkens dezelfde vraag: hoe word je beter in je vak, en steviger in wie je bent? In dit artikel kijken we mee in de Academie en spreken we drie trainers. Wat geven zij andere jonge honden mee? 

Een van de eerste trainingen voor nieuwe jonge honden gaat over acquisitie, een woord met een matige reputatie. Voor veel mensen klinkt het als ‘jezelf verkopen’: ergens binnenkomen met een strak verhaal, bij iemand die daar misschien helemaal niet op zit te wachten. Jonge hond Rili van Zuijlen, die de training geeft, kent die aarzeling. “Het eerste beeld dat we erbij hebben, is vaak dat acquisitie heel erg geforceerd is.” In haar training probeert ze dat beeld open te breken. Contact leggen hoeft niet glad of ingestudeerd te zijn. “Er zijn zoveel andere manieren om acquisitie te doen.”

Gewoon nieuwsgierig zijn

Voor Rili begint acquisitie bij oprechte interesse. Je kan beginnen met ”op een verjaardag enthousiast te vertellen waar je mee bezig bent of iemand een bericht sturen op LinkedIn.” Zo maak je acquisitie toegankelijker.

Acquisitie doen komt dan voort uit oprechte nieuwsgierigheid: ik ben gewoon echt benieuwd naar wat jij doet.” – Jonge hond Rili 

Dat betekent niet dat al het ongemak verdwijnt. Op iemand afstappen tijdens een netwerkevent blijft spannend. “Je weet niet: zit iemand daarop te wachten?” Juist die twijfel hoort volgens haar thuis in de training. “Je moet het erover hebben. Wat vind je spannend? Wat past bij jou? Hoe doen anderen dat?” Daar zit voor Rili de kern van de acquisitietraining: ontdekken hoe je op jouw manier verbinding maakt, en ondertussen woorden geeft aan wat Jonge Honden doet. “Iedereen heeft een eigen Jonge Honden-verhaal,” vertelt ze.

Je eigen verhaal leren vertellen

Dat eigen Jonge Honden-verhaal komt ook terug in de LinkedIn-training, gegeven door Julia van Waes. Daar gaat het om dezelfde vraag, maar op een zichtbaarder podium: hoe vertel je professioneel wie je bent? Veel nieuwe jonge honden hebben wel een LinkedInprofiel, maar gebruiken het nauwelijks. Anderen komen binnen met weerstand. Moeten we hier echt iets mee? Julia herkent die twijfel, maar ziet LinkedIn vooral als een plek om online in contact te blijven en je ‘personal brand’ in te zetten: “om contact te houden met mensen die je ontmoet, je netwerk uit te breiden en te laten zien waar je mee bezig bent.”

“Je laat zien wie je bent op professioneel vlak, en daar mag je trots op zijn.” – Jonge hond Julia 

In de training begint ze vaak met een rondje verwachtingen. Dan blijkt hoe zoekend veel mensen zijn. “LinkedIn is persoonlijker geworden: tussen vacatures en projectupdates staan berichten over persoonlijke lessen, zoektochten, een vermiste kat of een dochter die een studentenkamer zoekt.” De vraag is waar de grens ligt. Julia’s antwoord is nuchter. “Het blijft een zakelijk platform,” zegt ze. “Gebruik een persoonlijk linkje in je verhaal, maar deel niet je hele privéleven. Denk altijd: wat heeft de lezer hieraan?” Voor Julia draait de training uiteindelijk om balans vinden. Niet iedereen hoeft veel te posten, dat doet ze zelf ook niet. “Zichtbaar zijn kan ook door te reageren, vragen te stellen of een gesprek te openen over onderwerpen die je belangrijk vindt.” In Julia’s training wordt LinkedIn daarmee vooral een oefening in professioneel positie innemen: zichtbaar zijn op een manier die bij je past.

Van buiten naar binnen

Die vraag — wat past bij mij? — keert terug in Hoofdzaken, de trainingreeks die Merel Nissen ontwikkelde. Alleen verschuift de aandacht daar van buiten naar binnen. Het gaat over wat onder professioneel functioneren schuilgaat: de gedachten waarmee jonge professionals hun werk doen, zoals twijfel, spanning, perfectionisme en intuïtie. Het idee voor de training kwam voort uit wat Merel om zich heen zag gebeuren: jonge mensen, vaak hoogopgeleid, met veel kansen en mogelijkheden, die toch vastliepen.

“Hoe kan het dat mensen die eigenlijk alle kanten op kunnen, en voor wie zoveel mogelijkheden zijn, het niet goed trekken, of zelfs uitvallen?” – Jonge hond Merel 

Ze zag mensen die veel van zichzelf vroegen. Op het werk, maar ook daarbuiten. Een goede collega zijn, een leuke dochter, een betrokken vriendin; overal bij zijn, alles goed doen. De lat lag hoog en leek zelden uit beeld. Prestatiedruk, perfectionisme en het gevoel veel ballen tegelijk hoog te moeten houden, liepen in elkaar over. Daarom vindt Merel dat werkgevers hierin iets te doen hebben. “Gezond werken begint niet pas wanneer iemand uitvalt. Het vraagt dat organisaties eerder zien wat onder druk komt te staan: de overtuigingen waarmee iemand werkt, bijvoorbeeld in de lat die iemand voor zichzelf legt en de vraag wanneer iets goed genoeg is”.

Niet alles alleen hoeven kunnen

Hoofdzaken bestaat uit meerdere trainingen, met thema’s als veerkracht, zelfleiderschap, emoties, schaamte, perfectionisme, intuïtie en vertragen. Grote begrippen, die concreet worden zodra ze raken aan situaties die jonge professionals herkennen. In de training over zelfpraat hoort Merel bijvoorbeeld vaak dezelfde zinnen terug. “Ik moet het alleen kunnen.” “Anderen zijn veel verder dan ik.” “Ik mag niet om hulp vragen.” In je eigen hoofd kunnen zulke gedachten heel persoonlijk klinken. Tot iemand ze uitspreekt en anderen beginnen te knikken.

Juist daar zit volgens Merel een belangrijk deel van Hoofdzaken. “Deelnemers komen vaak open en nieuwsgierig binnen, maar zoeken ook naar houvast. Hoe buig je negatieve patronen om? Hoe ga je om met prestatiedruk? Wat kan vertragen opleveren als je hoofd steeds hetzelfde strenge verhaal afspeelt?” Omdat de onderwerpen persoonlijk zijn, vraagt dat om zorgvuldigheid. “Mensen mogen delen, maar hoeven niets bloot te leggen,” vertelt Merel. Zelf deelt ze ook iets over waar zij mee worstelt, om te laten zien dat deze thema’s niet buiten haar staan. Ze noemt dat “het in het licht zetten van je schaduw”: wat uitgesproken wordt, verliest iets van zijn schaamte. Zo ontstaat ruimte voor wat vaak verborgen blijft — en voor het besef dat je het niet allemaal alleen hoeft te kunnen.

Leren van mensen die er zelf middenin staan

Samen laten de trainingen van de Academie zien wat in organisaties makkelijk onderbelicht blijft. Jonge professionals leren een vak, maar moeten ook leren hoe zij zich bewegen in een omgeving die veel van hen vraagt. Hoe stap je op iemand af? Hoe vertel je waar je goed in bent? Hoe blijf je overeind tussen twijfel, prestatiedruk en de gedachte dat anderen verder zijn?

De trainers kennen de situaties waarover ze spreken: de eerste opdrachten, de druk om snel te leren, de zoektocht naar positie, het ongemak van jezelf laten zien. Die ervaring maakt de Academie waardevol binnen Jonge Honden, maar ook voor andere organisaties die jonge professionals vakinhoudelijk sterker willen maken en hen bewuster, steviger en met meer vertrouwen willen begeleiden in hun ontwikkeling. Onze trainers gaan namelijk ook op pad door het hele land om de trainingen te geven aan verschillende doelgroepen. Ben je benieuwd? Op onze website lees je meer: In-company trainingen door Jonge Honden: van scrum tot design thinking